Holland varia 2016

Een jaargetijde waar veel mensen toch altijd weer naar uitkijken is het voorjaar. En ondanks de lage temperaturen ten tijde van dit schrijven, is het toch onmiskenbaar dat het zover is. De bomen worden weer groen, de eerste dagvlinders vliegen alweer enige weken rond en steeds meer soorten vogels keren terug van hun overwinteringsgebied. Het gegeven dat je weer zonder dikke jas naar buiten kan geeft de winter-haters hoop. En dat terwijl we in Nederland toch vaak maar een beperkte winter kennen in vergelijking met veel andere landen in de wereld. Hoe zou het met deze groep gaan als de winter net als elders ook vier volle maanden zou duren? En met strenge koude en een flink pak sneeuw. En daarbij dan nog dat het in het hoge noorden wel tot 2,5 maand donker kan zijn, simpelweg omdat de zon niet boven de horizon komt. Een groot drama denk ik zo.
Maar toegegeven, het voorjaar maakt wat in ons los. Alsof de wereld om ons heen weer tot leven komt. In feite is dat leven er wel, maar het heeft zich teruggetrokken in de bodem of op andere plekken waar je het niet kan zien.
De selectie beelden hieronder weerspiegeld een beetje ons voorjaarsgevoel; baltsende vogels, lammetjes in de wei en orchideeën die hun aansprekende bloemen tonen. De ”enge, vieze” rupsen moeten nog transformeren tot de ons meer geliefde vlinders, maar ook dat is een voorbode.
Persoonlijk hoop ik dat de temperaturen nog even rustig aan doen. Eind april ga ik voor een kort verblijf weer naar Polen en ik hoop het ontwaken van ”het leven” daar in volle glorie mee te maken. Het weer speelt daar uiteraard een grote rol in, maar bepaalt ook in welke mate het gebied onder water staat. En dat is iets wat ik al heel lang niet meer heb mogen aanschouwen. Juist met dat soort omstandigheden kan het Biebrza gebied vol zitten met vogels. Mocht het echter niet zo zijn, dan is er nog een groot aantal andere onderwerpen waar ik mee aan de slag kan. Zoals altijd, zal ik ook nu weer ruimschoots tijd tekort komen.
Witoogeend

Polen, Biebrzanski Park Naradowy 2016

Elk jaar laten we onze, nu acht jarige dochter, kiezen waar we met het gezin de zomervakantie doorbrengen. Als fotograaf heb ik me in dit geval maar aan te passen, maar het mag duidelijk zijn dat ik er geen problemen mee heb als haar keus weer op Polen valt. Ondanks de vele keren dat we het gebied inmiddels hebben bezocht, valt er qua natuur én op fotografiegebied genoeg te beleven.
Vanwege mijn verblijf daar afgelopen voorjaar, wist ik al dat voor het derde jaar op rij het park met serieuze droogte te maken had. Jammer, want van één van de schrijvers van de Crossbill guide over Noord-Oost Polen, kreeg ik informatie over een voor mij nog onbekend hoogveen gebiedje. En ondanks dat ook dit stukje opgedroogd was, lag het er prachtig bij. Een locatie welke ik vaker zal gaan bezoeken, zeker gezien het feit dat het door prachtige Berkenbossen is omgeven. Landschappelijk bezien een klein juweeltje. De kenmerkende flora en fauna heeft echter het nodige te lijden gehad van het gebrek aan hemelwater. De grote vraag is uiteraard hoeveel tijd de diverse vlinders en libellen nodig hebben om het stukje weer te bevolken.
De verrassing deze keer was het grote aantal rupsen welke overal te vinden waren en met name, de diversiteit. Vaak vindt met dezelfde soorten, maar deze keer wist ik zeventien nieuwe soorten aan mijn database toe te voegen. De weersomstandigheden van de voorliggende periode zullen daar naar verwachting een grote invloed op hebben gehad. Overigens heb ik een deel van de vondsten aan de rest van het gezin te danken. De leesbril is ondertussen voor deze activiteit een onmisbaar hulpmiddel geworden. Diverse soorten gaan zo goed op in de omgeving dat het noodzakelijk is om er met je neus boven op te zitten. Een noodzakelijk kwaad zeg maar. De plaatselijke bevolking weet soms niet wat er van te denken, drie personen met de neus naar de grond gericht, in een verder op het eerste oog nietszeggend veldje onkruid!
En dan de temperatuur, ….. die was in één woord zalig. Leek het vorig jaar nog op een snelkookpan, nu kwamen we niet verder dan twintig graden. Ideaal weer dus om wat activiteiten te ondernemen. Een klimtocht rond een bunkercomplex uit de Eerste Wereldoorlog was er daar één van. Maar ook het zoeken naar eetbare paddenstoelen is altijd een succes. Dit laatste uiteraard onder deskundige leiding van onze vriend Jan. Een zeldzaam bezoek aan Warschau maakte het geheel compleet.
We kijken alweer uit naar de verrassingen van een volgende trip.
Ligusterpijlstaart

Polen, Biebrzanski Park Narodowy 2016

Het was al geruime tijd geleden dat ik een nieuwsitem had geplaatst. Echter, de vakantietijd is weer aangebroken en de vaste volgers van deze site zullen waarschijnlijk aan de titel die link wel leggen. Het Biebrza Nationaal park is tenslotte een locatie welke ik bijna jaarlijks bezoek. Dit jaar worden het zelfs twee bezoeken. Want op de vraag aan onze dochter Merel waar ze met de zomervakantie naar toe wilde, was ze heel stellig met haar antwoord ”Polen”.
Dit eerste bezoek, rond half mei, heb ik samen met een collega gemaakt. Zijn interesse was gewekt door mijn enthousiasme waarmee ik regelmatig over het gebied vertelde. Ik heb inmiddels begrepen dat hij graag nog een keer terug gaat naar het gebied.
Net als in mijn eigen land Nederland, had ook Polen weer te maken met een koud voorjaar. De invloed daarvan was vooral duidelijk te merken aan de lage aantallen vlinders, maar ook de flora moest nog op gang komen. Een ander opvallend fenomeen was dat zoals gebruikelijk, het gebied eind april geheel was overstroomt met water, maar dit in een paar weken tijd weer volledig was verdwenen. Met name de aantallen moeras en watervogels waren daardoor eveneens zeer laag. Ook dit had ik in al die jaren nog niet eerder meegemaakt. Maar alsof de Duvel ermee speelde, was het met de koude afgelopen toen wij arriveerden. Ontlokte de hoge temperaturen bij mij nog regelmatig een scheldpartij, voor de natuur en de fotografie in haar algemeenheid was dit natuurlijk van harte welkom. We zagen het gebied tot leven komen zeg maar. Alleen door de lage waterstand was het met de aantallen amfibieën en sommige libellen soorten mager gesteld. Ook in 2015 was het al bijzonder droog geweest, maar dat zal wellicht weer mogelijkheden voor andere soorten en gebieden creëren.
Verontrustend is toch wel dat men in Polen nu ook flink ”los is gegaan” met zaken als bermbeheer. Helaas schiet men hier in door en blijft het niet bij een strookje waardoor bijvoorbeeld hectometer paaltjes beter zichtbaar zijn. Inmiddels is er al een landelijke actiegroep die deze praktijken aan de kaak stelt, maar of er van de huidige conservatieve regering veel verwacht kan worden is de vraag. De ”schepping”,….. vanuit mijn oogpunt toch heel aardig geslaagd, lijkt bij vele anderen vooral een mislukking te zijn die zoveel mogelijk om zeep geholpen dient te worden. Goed beschouwd een toch wat vreemd standpunt, en waarbij de schepper zelf zou hebben aangeven dat dit de bedoeling is. Interpretatie is een groot woord.
Gelukkig is het Poolse platteland zo dun bevolkt dat er overal vergeten hoekjes zijn en dus volop kansen voor al het moois. En regelmatig zie ik in het Biebrza Nationaal Park bussen met schookinderen die een stukje voorlichting krijgen over de Poolse natuurparels. Er moet toch een goede balans te vinden zijn tussen welvaart, welzijn en natuur? NA ZDROWIE, op een ieders gezond verstand!!!
Dalkruid

Rupsen najaar 2015

Het zal de vaste bezoekers van deze site niet zijn ontgaan dat ik al tijden bezig ben met het fotograferen van rupsen. De bedoeling is uiteindelijk om een database van enige betekenis op te bouwen. Het is een onderwerp waar niet veel fotografen zich mee bezig houden en waar ook nog veel in te ontdekken valt. Complete werken zijn er bijvoorbeeld nog niet, maar daar wordt door een paar mensen hard aan gedacht én gewerkt. Op het internet zijn een aantal forums actief waar veel beeldmateriaal bij elkaar wordt gebracht. De Vlinderstichting is er één van, maar ook dat beeldbestand is nog verre van compleet.

Het gemakkelijke van dit onderwerp is dat je er niet ver weg voor hoeft. In elke groenstrook van enige omvang kun je door het jaar heen wel een aantal exemplaren aantreffen. En laat je op je eigen balkon de Broccoli doorschieten, dan vind je daar tot je verbazing op een dag vraatsporen. Erachter komen welke soort het dan betreft is een ander verhaal, temeer daar veel soorten alleen ‘s nachts actief zijn. Daar komt bij dat in een jong stadium veel rupsensoorten ”transparant” groen zijn zonder verdere herkenbare details. Ook verandert het uiterlijk vaak drastisch na de opéénvolgende vervellingen.
Dat de Broccoli erg in trek was bleek wel toen behalve een tiental Kooluilen, ook het Klein koolwitje de planten had gevonden. Jammer was wel dat ondanks enig voorbereidend werk, de rupsen voor de verpopping hun heil elders hebben gezocht. Dan toch maar een geschikte bak in elkaar timmeren.

Mijn werkzaamheden in het ecologisch groenbeheer dragen eveneens bij aan het verzamelen van nieuwe soorten. En omdat de collega’s inmiddels op de hoogte zijn van mijn ”vreemde hobby”, gebeurt het regelmatig dat ik bij een vondst geroepen wordt. Een beetje hulp is bij zo’n lastig te vinden onderwerp altijd welkom.

Klein koolwitje

Poland, Biebrzanski Park Narodowy 2015

In 2014 was de bestemming van onze zomervakantie het Aosta dal in Italië. Door toen voor deze bestemming te kiezen, onderbraken we een lange aanééngesloten reeks van bezoeken aan de Biebrza moerassen in noordoost Polen. Echter, toen we onze dochter in het voorjaar van 2015 vroegen waar ze heen wilde met vakantie, was haar antwoord heel stellig, ik wil naar Ella en Janek in Polen. Dit echtpaar is de gastvrije eigenaar van het pension Carskit Trakt, gelegen in het zuidelijke deel van het Biebrza gebied. Een uitstekende locatie waar veel van de specialiteiten van dit beroemde moeras op korte afstand te vinden is. Ook de landbouwgebieden in de omtrek bieden veel natuur en zorgen voor een grote variatie in aan te treffen soorten planten en dieren.
Maar net als grote delen van Europa had ook Polen in 2015 te kampen met een groot gebrek aan neerslag. Dit resulteerde in een voor mij historisch laag waterpeil. Waterwegen en zegge-moerassen stonden droog en de ingangen van veel beverburchten staken boven water uit. Het aantal libellen was duidelijk lager dan gebruikelijk en een soort als de Grote vuurvlinder ontbrak volledig. Een lokale vriend en natuurliefhebber vertelde dat hij ook een soort als bv. Koninginnepage nauwelijks gezien had. De zoektocht naar eetbare paddenstoelen leverde ook al niet veel op. En met een wel heel stevige hittegolf in de tweede week kwam daar ook geen verbetering in.
Mede door de hoge temperaturen bestonden de dagen vooral uit het opzoeken van de schaduw of zwemmen in de rivier. Opvallend was wel de zeer sterke afkoeling in de vroege avonden. Door het avondeten naar voren te halen, hadden we de gelegenheid om deze koelte te benutten en wat tijd door te brengen in de omliggende natuur.
Met de eerder genoemde vriend ben ik nog een dag op stap geweest naar onder meer het nationale park. Dit hadden we in 2013 al gepland, maar dat kon toen door privé omstandigheden niet doorgaan. Door de grote droogte was het nu mogelijk om de wandelpaden te verlaten. Het gevolg was dat we al snel de weg kwijt waren en we moesten uiteindelijk met behulp van de zon onze richting bepalen. Bij terugkeer op de doorgaande weg bleek dat we slechts een kilometer ten zuiden van onze auto waren uitgekomen. Eigenlijk niet eens een heel slecht resultaat gezien de uitgestrektheid van het gebied.
Een verandering waar ik minder blij mee ben is dat sinds enige tijd de wegbermen gemaaid worden. Die waren tot voorheen prachtig begroeid met als resultaat volop vlinders en rupsen die daar gebruik van maakten. Is het de bemoeizieke regelzucht van de EU die dit voorschrijft, of een gevolg van de toegenomen welvaart waar dit dan kennelijk bij hoort???
Misschien mag ik een verzoek doen,……… Poland, please keep your country as natural as possible. It’s one of the things that makes it so beautiful.

KINA 2015

Barrow – North Slope, Alaska, deel2

Hier de tweede reeks beelden van de reis naar Alaska, welke ik eerder dit jaar in juni heb gemaakt. Slechts drie maanden geleden en op het moment dat de winter net haar hielen had gelicht. En nu de winter alweer voor de deur staat met temperaturen die nog net boven nul liggen, komt het besef naar boven van de bijzondere omstandigheden van wat de plaatselijke bevolking hun ‘home” noemen. In het plaatselijke museum, welke de oude cultuur laat zien, kan men de vindingrijkheid bewonderen die de Inuit hebben ontwikkeld om met relatief éénvoudige middelen in zo’n hard klimaat te overleven. Men kan zich afvragen wat men überhaupt heeft bezield om daar te gaan wonen. In ons huidige luxe leven is daar geen voorstelling meer van te maken.
Op fotografie gebied is er veel te beleven, zij het dat de beschikbare tijd erg kort is. De vogels vormde het hoofddoel van de reis. De verwachting in zo’n gebied is vaak dat elke soort handtam is, maar door de jacht zijn met name de watervogels behoorlijk schuw. Hier moet de nodige tijd ingestoken worden en vaak brengt een stuk volharding resultaat. Met name het profiteren van de omstandigheden doet de kansen stijgen en een eventuele volgende reis naar deze bestemming zal ik dan ook wat anders insteken.
Door het nodige zoekwerk op internet heb ik ook op alle planten/bloemen een naam weten te plakken. Vaak gaat het dan om specifieke ondersoorten die alleen in smalle stroken arctisch gebied voorkomen. Aangepast aan diezelfde harde leefomstandigheden.
Ten tijde van onze reis is het dag en nachtritme omgegooid. De lichtomstandigheden gedurende de avond en nacht zijn beter en het is dan ook rustiger met overig verkeer en natuurliefhebbers. Omdat Barrow toch vrij zuidelijk ligt, is het zonlicht midden op de dag niet mooi. Kenmerkend voor arctisch gebied in het voorjaar is het veelvuldig voorkomen van bewolking en mist. Vaak resulteert dat in mistroostig weer en waarbij het dan ook nog regent. Een verblijf voor langere perioden in een omgeving als deze zou het mooiste zijn, maar dat blijft naar alle waarschijnlijkheid bij dagdromen. Maar tenslotte moet er wat te wensen overblijven.

Koningseider

Barrow – North Slope, Alaska, deel1

Point Barrow, de meest noordelijke punt van de Verenigde staten. Een bestemming die al geruime tijd op mijn verlanglijst stond en dat vooral vanwege de ligging in Arctisch gebied. Met een winter die acht maanden duurt behoort het tot de gebieden waar de bodem permanent is bevroren, de zgn. Permafrost zone. Typerend voor een arctische omgeving is dat de winter wordt gevolgd door een hectisch voorjaar waarin er geen ruimte is voor het ”leven” om eventjes op adem te komen. De planten en dieren haasten zich om de toendra te bevolken en te zorgen dat deze overvloedige tijd optimaal wordt benut om voor nakomelingen te zorgen. Zodra de temperatuur gaat stijgen steekt het eerste groen zijn sprieten door het sneeuwdek heen. En voor de vogels is het volop aan de bak. Er moet in een paar dagen tijd een territorium worden bezet, gevolgd door de balts, nestbouw en de paring. Het uitbroeden van de eieren begint direkt. De eieren, hoewel iets beter bestand tegen lage temperaturen, moeten warm blijven om een mislukt legsel te voorkomen. De zomer is te kort om een tweede broedpoging te ondernemen en daarbij is er altijd het gevaar van hongerige predatoren als Poolvos en Jagers.
De omgeving van Barrow bestaat uit toendra en wordt vooral bewoont door de oorspronkelijke bevolking, de Unuit. Maar ook de naam ”Eskimo” wordt door henzelf gebruikt. Opvallend, omdat in andere arctische gebieden deze naam wordt beschouwd als een belediging, zijnde ”rauw vlees eters”.
De plaats Barrow heeft een inwonertal van 5000 mensen, waaronder vanzelfsprekend veel import. Vanzelfsprekend omdat dit soort nederzettingen altijd mensen aantrekt die eens een ander leven willen leiden. Van de oude cultuur is op het eerste oog niet veel meer terug te vinden. De eeuwenoude tradities komen vooral nog in de jacht tot uiting. Het is de Inuit bevolking toegestaan om voor de eigen voedselvoorziening te jagen op onder meer Groenlandse walvis. Ook wordt er gejaagd op Zeehond, Walrus en diverse vogelsoorten. Opvallend is de openheid van de mensen als de Walvisvangst ter sprake komt. De speer heeft plaatsgemaakt voor een metalen pen met een explosieve kop om het lijden van de dieren te voorkomen. Alleen opgeleide en aangestelde scherpschutters mogen het wapen bedienen en de regels dienen strak gehanteerd te worden. Dit alles uit respect voor de walvis.
Het hoofddoel van deze reis was het fotograferen van de bijzondere vogelsoorten die de toendra bevolken. De bedreigde Brileider is één van de grote trekpleisters, maar ook soorten als Middelste jager en Sneeuwuil kan men aantreffen. Om laatstgenoemde soorten in grote aantallen te zien is een goed Lemming-jaar een vereiste, maar dat bleek niet het geval. Vanwege de jachtdruk waren vooral de eendensoorten erg schuw en het vereiste volharding om daar goed beeldmateriaal van over te houden. En ter illustratie van het korte voorjaar, met een week was de situatie van ”overal vogels en veel plasjes”, verandert in een soms ”uitgestorven” groene vlakte. Enig geluk met de planning heeft men zeker nodig. Het zonnige weer was zeker opvallend te noemen en alleen tijdens de eerste en laatste dagen zagen we het typisch arctische weerbeeld van mist, regen en zware bewolking. Om zoveel mogelijk te kunnen profiteren van de betere lichtsituaties hebben we het dag en nachtritme omgedraaid. Uitgerust thuiskomen zat er dan ook niet in, maar daar was vooraf al rekening mee gehouden. Al met al viel het met de jetlag gelukkig erg mee.
Bij deze wil ik mijn beide reisgenoten bedanken voor het slagen van deze bijzondere reis.

Stellers eider